FAQ`s

1. Is er binnen de nieuwe streekomroep ook nog een rol weggelegd voor het PBO?
Ja, binnen de huidige wetgeving is het PBO een verplichting voor de organisatie die de aanwijzing krijgt dus, ook voor een streekomroep.
2. Wat is de minimale begroting voor een streekomroep?
Uitgaande van de praktijk van reeds bestaande streekomroepen is er minimaal 500.000 euro nodig om te kunnen voldoen aan het Lokaal Toereikend Media-Aanbod (LTMA). Hiervan zou de omroep zelf de helft moeten opbrengen. In oktober 2016 loopt er een begrotingsonderzoek waar de belangrijkste stakeholders als de omroepen zelf, VNG, individuele gemeenten, OCW en Commissariaat voor de Media aan mee werken. We verwachten dit onderzoek eind 2016 te kunnen presenteren.
3. Waarom is schaalvergroting noodzakelijk?
Enerzijds sluit het verzorgingsgebied van de omroep dan beter aan bij de leefomgeving van de burger, anderzijds kan er meer geld vrij gemaakt worden voor het maken van lokale content.
Zo kunnen omroepen (makkelijker) voldoen aan het LTMA: o.a. het brengen van 24/7 lokaal nieuws via alle platforms (audio, video, online).
4. Mogen streken de provinciegrens overschrijden?
Ja dat mag.
5. Is er een minimum aantal inwoners voor een streek?
Uitgaande van een benodigd budget van € 500.000 en circa 25 miljoen aan beschikbare middelen (publiek en commercieel) zal een streek tussen de 200.000 en 250.000 inwoners tellen. In de praktijk zullen er echter onderling grote verschillen zijn. Zo zal een streekomroep in Amsterdam er heel anders uitzien dan een streekomroep in de Noordoostpolder. De ondergrens wordt niet alleen gevormd door financiële haalbaarheid, maar ook door de samenhang binnen het gekozen verzorgingsgebied. Het is balanceren tussen de burger, het LTMA en het beschikbare budget. In feite is elke streekomroep maatwerk.
6. Bestaat niet het gevaar dat de lokale omroepen door de schaalvergroting haar lokale karakter verliest?
Het mediagebruik verplaatst zich steeds meer naar online en on-demand. Met de huidige stand van de techniek is het meer dan ooit mogelijk om het media-aanbod per kern en per persoon te differentiëren zodat elke burger de content kan ontvangen die hij wenst. Daarnaast verkent de NLPO samen met het Commissariaat voor de Media de grenzen van de huidige wet als het gaat om editionering, themakanalen en gezamenlijke programmering.
7. Is er een verdeelsleutel bepaald voor de bekostiging per gemeente in de fusieomroep?
De gezamenlijke gemeenten in de streek zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van een fusie omroep. Daarbij zal het aantal inwoners/huishoudens van een gemeente veelal bepalend zijn voor de bijdrage per gemeente aan de gehele bekostigingsbehoefte. Het kunnen realiseren van het LTMA is daarbij leidend.
8. Wanneer komt de NLPO met een gewijzigd voorstel voor de indeling van Nederland in streken?
Tot 1 juni 2016 konden lokale omroepen reageren op het voorstel van de NLPO zoals dat in maart 2016 is voorgelegd en desgewenst wijzigingsvoorstellen indienen. Eind juni zijn alle gemeenten gevraagd of ook zij voor 1 augustus 2016 hun zienswijze wilden geven. Al snel bleek 2 dat deze deadline voor veel gemeenten in verband met vakanties en de planning van bestuursvergaderingen niet haalbaal was. Daarop is de deadline verschoven naar 15 september 2016 en later nog naar 1 oktober2016. Vanaf dat moment gaat de Change Board zich buigen over alle wijzigingsvoorstellen en zienswijzen. Die zal per streek een advies formuleren voor de directie van de NLPO die het uiteindelijke besluit neemt. Eind 2016 moet er een nieuw breed gedragen voorstel voor de indeling in streken liggen.
9. Kan een streekomroep ook samenwerken met commerciële mediabedrijven?
Ja, dat kan. Zie hiervoor de richtlijnen van het Commissariaat.
10. Waarom worden de vrijwilligers vervangen door betaalde krachten?
De vrijwilligers worden niet vervangen maar er worden wel betaalde krachten toegevoegd om de vrijwilligers beter te kunnen faciliteren.
11. Waarom wordt nu aangestuurd op fusie?
De ambitie is om op termijn in elk geval één organisatie te hebben die verantwoordelijk is voor de aanwijzingen en vergunningen per streek. Hoe het verder naar beneden wordt ingevuld is maatwerk per regio. De kernen met hun vrijwilligers blijven de kracht van de organisatie. Uiteindelijk is het advies van de gemeente over de aanwijzing cruciaal in het proces om te komen tot streekomroep.
12. De regio’s zijn veel te groot, vrijwilligers zijn niet bereid zo ver te reizen.
Dat zal vaak ook niet hoeven. De meeste content zal nog steeds lokaal gemaakt worden. Met de huidige techniek is het geen probleem deze op afstand te delen.
13. Wat is de rol van de bestuurlijke ambassadeurs van de VNG. Kunnen omroepen hier een beroep op doen voor mediation?
De ambassadeurs worden niet zomaar het land in gestuurd, maar worden met name ingezet om de rol van gemeenten bij het onderzoek, het keurmerk en de streekindeling te borgen.
14. Is het doel persé 50 streken of kan 100 ook?
Het streven van de NLPO is te komen tot 50 – 100 streekomroepen.
Het uitgangspunt is de natuurlijke habitat, toekomstbestendigheid en – financiële – gezondheid.

bron: OLON